portret van Willem Roelofs, door Jozef Israels, 1892

Willem Roelofs (Groningen, 23 februari 1831 – Den Haag, 10 juli 1915) was een Nederlands kunstschilder, aquarellist, etser en lithograaf.. Hij was één van de voorgangers van de Haagse School.

Citaten van Willem Roelofs - chronologisch

Citaten, 1840 - 1860

  • „..elken dag die ik bij den heer B. [zijn leermeester Van de Sande Bakhuyzen ] kan profiteren is alweder gewonnen [..] van dag tot dag wordt mijn ambitie grooter.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief aan zijn ouders, augustus 1840
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, ed. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 23; ISBN 13 978 90 6868 4322
  • Citaat van de jonge schilder Roelofs benoemt zijn vroege leraar
  • „..het is een meesterstuk [groot schilderij van Koekkoek: 'Boschgezicht' 1839, 176 x 160 cm], een welgelukte stoute [dappere] onderneming om op die schaal met die uitvoerigheid zooiets voor te stellen.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief aan zijn ouders, augustus 1840
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, ed. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 23; ISBN 13 978 90 6868 4322
  • Dit citaat illustreert duidelijk de sterke aantrekkingskracht - voor de nog jonge schilder - van de Hollandse Romantiek, waarvan Koekkoek een bekende vertegenwoordiger was en is
  • „Ik heb alweder ook eenige teekeningen [Roelofs bedoelde daarmee, aquarellen] verkocht – de Hollandsche gevallen vinden nogal aftrek [in Brussel, waar hij toen woonde]. Men schijnt hier gekleurde teekeningen te prefereren.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief van Brussel, 18 december 1847 aan Jan Weissenbruch in Den Haag; Haagsch Gemeentearchief
  • Aanhaling(en): De Bodt, Halverwege Parijs, Willem Roelofs en de Nederlandse Schilderskolonie in Brussel, Gent, 1995, pp. 233-235
  • Roelofs bedoelde met zijn 'gekleurde tekeningen' aquarellen op papier, die toen in trek begonnen te komen bij het kunstzinnige publiek

Citaten, 1860 - 1870

  • „Ik heb het eenige nog niet verkochte schilderij dat voorl. [vorig] jaar te Rotterdam was, overgeschilderd [..] Mij dunkt, dat het er nog al aangenaam en goed uitziet [..] Ik wilde dat gij hem [de koper] zevenhonderd guldens voor vroeg [..] voor zeshonderd zou ik het uiterlijk kunnen laten en meent gij, hem kennende, het beter zou zijn dadelijk die prijs te vragen zoo doe het dan.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief, Brussel 20 juni 1860, aan kunsthandelaar / -verzamelaar P. Verloren van Themaat in Utrecht, RKD archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): in 'Willem Roelofs', op leraren-website tutor.net
  • Dit citaat is één van de vele bewijzen dat Roelofs zijn schilderijen herhaaldelijk overschilderde – ofwel om het te verbeteren, ofwel op de wens van de koper. Ook illustreert het goed het onderhandelen over de prijs, waar Roelofs actief aan deelnam
  • „Heden zend ik U eene teekening voor Uwe kunstbeschouwingen. Gaarne had ik méér gedaan, maar heb aan alle kanten vraag naar teekeningen en zit daarenboven nog tot over de ooren in schilderijen naar studies der laatste reis. Ik hoop dat men de teekening redelijk goed zal vinden.- De prijs is 150 guldens.- Ik weet niet of gij een titel behoeft, noem het dan maar eenvoudig, 'Bij een Drenthsch dorp'.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief, Brussel 2 october 1861, aan kunsthandelaar / -verzamlaar P. Verloren van Themaat in Utrecht, RKD archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): H. F. W. Jeltes, in 'Brieven van Willem Roelofs aan Mr. P. VerLoren van Themaat', in Oud Holland Vol. 42, Brill, 1925, pp. 86-96
  • Roelofs geeft aan in dit citaat dat hij het in 1861 erg druk heeft qua opdrachten en zijn eigen werk, en ook hoe losjes hij met de titels van zijn werk omgaat
  • „Het speet mij voor Gabriel [dat] alle door U zoo ijverig aangewende moeite te vergeefsch is geweest, om hem van een der schilderijen in 'Arti' [in Arti et Amicitiae tentoongesteld, Amsterdam] af te helpen. Zou er geen kans bestaan om voor hem eens een klein gesoigneerd (door mij, als het helpen kan, gerugsteund) schilderij te bestellen voor den een of ander? Hij verdient het zoo dubbel en een honderd guldens kunnen op sommige oogenblikken zoo véél doen.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief, Brussel 4 september 1862, aan kunsthandelaar / -verzamelaar P. Verloren van Themaat in Utrecht, RKD archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): 'Willem Roelofs', op leraren-website tutor.net
  • Citaat van Roelofs maakt duidelijk hoe sterk hij voor zijn eigen 'leerlingen' gaat - ook als ze al bij hem weg zijn, en hun eigen start als schilder gaan maken
  • „Ik heb mij op uw verlangen toegelegd er meer effect in te brengen [..] met méér licht in een teekening [= aquarel] te brengen, [wat] niet van de minst moeijelijke was [..] [deze bewerking] heeft kwade oogenblikken doorstaan; maar ik geloof meester gebleven te zijn van het terrein en er eene Teekening [aquarel] van aspect [?] en kleur gemaakt te hebben.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief, Brussel 17 februari 1864, aan kunsthandelaar -verzamelaar P. Verloren van Themaat in Utrecht, RKD archief, Den Haag 17 Feb. 1864; in Haagsch Gemeentearchief
  • Aanhaling(en): in 'Willem Roelofs', op leraren-website tutor.net
  • Mr. verLoren van Themaat had Roelofs verzocht alsnog enkele wijzigingen in een al verkochte aquarel aan te brengen - een 'Landschap met Eendenkooien', geschilderd bij Meerkerk, in het uiterste oosten van de Alblasserwaard
  • „Er is hier [Schiedam] voor het Hollandsch landschap nog al wat studie en ik geloof beste te doen nog maar wat te blijven.”
  • „Ik kan mij niet aan het denkbeeld wennen van hier [in België] altijd te blijven. Men blijft hier altijd 'vreemd' en ik mis de steun die men in zijn land aan elkander heeft. Ik vraag mij soms af wat meer in mijn voordeel is om hier te zijn of bij ons bv in Den Haag [..] Het heeft mij steeds toegeschenen dat het er bij ons [in Den Haag] niet briljant uitziet en ik geloof hier [in Brussel] meer in het centrum van kunstbeweging te zijn, maar ik heb soms het land aan België.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel 1 oktober 1865, aan P. Verloren van Themaat
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, red. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 13; ISBN 13 978 90 6868 432 2 + W.F.Rappards, 'Enige onuitgegeven brieven van Willem Roelofs aan Carel Vosmaer', in Oud Holland, Vol. 104, No. 3/4, 1990, pp. 293-304
  • „..schilder studies van gedeelten, bv. Een stuk grond, een boomgroep of dergelijke, maar toch altijd zóó dat men die in verband met het geheele landschap begrijpen kan”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel 1866, aan W. H. Mesdag, Groningen
  • Aanhaling(en): Johan Poort, H.W. Mesdag: Oeuvrecatalogus, Wassenaar 1989, p. 20
  • Mesdag wilde zijn zakenloopbaan in Groningen opzeggen en leerling worden bij Willem Roelofs in Brussel; later in 1866 zou hij met zijn vrouw Sientje vertrekken naar België
  • „..tracht u van alle mogelijke manier [van schilderen] te ontdoen en tracht in een woord de natuur met gevoel maar zonder denken aan werk van anderen, na te volgen.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel 1866, aan W.H. Mesdag, Groningen
  • Aanhaling(en): Yvonne van Eekelen, Magisch Panorama, een belevenis in ruimte en tijd, Den Haag, 1996, p. 48
  • Dit devies zouden Mesdag en zijn vrouw in Den Haag veel later herhalen naar hun jongere neef, toen hij hun zijn stilleven van rozen liet zien; maar hij was 16 jaar oud

Citaten, 1870 - 1880

  • „..de intentie tot het maken van een ontdekkingsreis [door Holland] [..] zowel met het doel van die op te nemen als schilder, als in mijne qualiteit van entomoloog [..] Welke gedeelten, provincieën of streken van ons land [zijn] 'het minst' uit entomologisch oogpunt bezocht..?”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel, 18 december 1870, aan zijn entomologische friend S.C. Snellen, c. 1870
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, red. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 14
  • In 1855 richtte Roelofs de Belgische Vereniging voor Entomologie op, waarvan hij in 1878 voorzitter werd; zijn specialisme was de 'snuitkever'
  • „Ik zal binnenkort eene andere teekening [= aquarel] gereed hebben, in den geest zoals Den Heer Tessaro [kunst-handelaar in Antwerpen] er nog een wenschte, namenlijk 'luchtig' en 'dun', met 'veel ruimte', etc.-.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief in 1874, aan kunsthandelaar Frans Buffa in Amsterdam
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, red. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 57 + 'Zitate berühmter Personen:' Zitate Willem Roelofs
  • Roelofs wist erg goed welke voorkeuren zijn grote kopers en klanten hadden

Citaten, na 1880

  • „..en dan blijft u over, om de studie, het fragment, tot schilderij te herscheppen. Want vergeet niet, dat dat twee [verschillende] dingen zijn: De natuur is de stof, waaruit wij moeten putten. Maar laat u niet door de moderne theoriën wijsmaken, dat het navolgen, het copieeren der natuur 'alles' is. Het doel, het streven van de Kunst is.. ..te ontroeren..”
  • Bron: Willem Roelofs, brief van 8 juni 1886 aan zijn leerling {{w:Frans Smissaert|Frans Smissaert}}
  • Aanhaling(en): H. F. W. Jeltes, 'Willem Roelofs (1822—1922)', in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift], januari 1922, p. 222
  • Met zijn kritiek op de 'moderne theoriën' bedoelde Roelofs waarschijnlijk de neo-impressionistische ideeën die in België rond 1890 groeiden onder de jongere kunstenaars
  • „..ik heb tenminste de overtuiging van opregt te zijn en heb geen grooter afschuw dan van alle [..] vreemdsoortige kunstuitingen, de ziekte van onzen tijd.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief van 19 november 1889
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, ed. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, 2006, p. 18 - ISBN 13 978 90 6868 432 2
  • De oude Roelofs doelde hier op het werk van onder andere de Franse neorealistische schilder Seurat
  • „Ik vraag me [af] - (klinkt het al gauw), of die lijn zich niet wat repeteert [in het schilderij waaraan hij werkt] [..] Het is zoo'n beetje hetzelfde, hè? aan allebei de kanten, vindt-je niet?.. Hè?”

Citaten, ongedateerd

  • „Ik geloof beslist dat de natuur die het meest geschikt is om na te schilderen, het eenvoudige landschap is dat weinig indrukwekkend lijkt.”
  • Bron: M. van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897. De adem der natuur, red. M. van Heteren en R. te Rijdt, expositie catalogus van Museum Jan Cunen en de Kunsthal, Rotterdam, Bussum 2006
  • Aanhaling(en): Antoon Erftemeijer, Zó Hollands - Het Hollandse landschap in de Nederlandse kunst sinds 1850; Frans Hals museum
  • Net als Gerard Bilders voor hem reisde ook Roelofs naar de Zwitserse bergen, maar ook hij zag daar geen passend motief in voor zijn eigen schilderen
  • „[..dat het mij] groote moeite kost het bij het maken van een schilderij naar een studie, deze werkelijk goed te volgen. Men is maar al te zeer geneigd, er iets anders, zoogenaamd iets beters, van te maken, en daardoor geraakt men meestal juist van de wijs. Een goede buiten-studie heeft een adem der natuur in zich, dien men niet mag verwaarloozen of vernietigen. Men moet uit zo’n studie alles halen, wat er in zit..”
  • Bron: onbekend
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Zó Hollands - Het Hollandse landschap in de Nederlandse kunst sinds 1850; Frans Hals museum en De Hallen, Haarlem 2011, p. 16 noot 4 + Kunstschrift, 'Buitenstudie in Nederland', Kunstschrift 3, 2007, p. 32-33
  • Dit is het meest geciteerde citaat van Roelofs, dat hem immers als een ware impressionist neerzet! Toch schilderde hij zijn meeste olieverfschilderijen binnen, in het atelier
  • „Wij scheiden kleur en teekening af, omdat wij dat wel moeten. Maar de natuur doet dat niet. Zij geeft niet iets een vorm, om het daarna te kleuren. Vorm en kleur zijn inhaerente eigenschappen van het voorwerp, dat ons te schilderen is gegeven. Verwaarloozen wij een van beide, dan geven wij slechts de helft.”
  • „Schepen, huizen, molens en in één woord alles, wat door menschen gemaakt is, moet recht staan en met zorg geschilderd worden. Dit staat juist zeer goed tegenover andere, minder symmetrische dingen, als boomen, luchten enz. Het maakt het schilderij wel niet, maar draagt toch bij tot de illusie. 't Is er net mee, als met iemand, die keurig gekleed is, maar wiens das los zit. De ramen van een huis moeten recht, een molen zuiver van constructie zijn, de wieken in het perspectief staan.”
  • Bron: H.F.W. Jeltes, in Willem Roelofs : bizonderheden betreffende zijn leven en zijn werk, met brieven en andere bijlagen, Van Kampen, Amsterdam, 1911, pp. 86-87
  • Aanhaling(en): Reformatorisch Dagblad, 'Woest en grommend springt het water', 27 oktober 1995
  • Roelofs zoekt met zijn schilderen naar een zo overtuigend mogelijke illusie in het schilderij, waar elk detail aan bijdraagt

Citaten over Willem Roelofs

  • „Onder de landschapschilders bekleedt, voorzeker, w. roelofs eene aanzienlijke plaats. Eenvoud zonder eentoonigheid, breede, stoute behandeling, waaraan men de meesterhand herkent; uitmuntend koloriet, ziedaar de kenmerkende eigenschappen van dezen kunstbeoefenaar”
  • Bron: anoniem, Tentoonstelling in Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1857 - over zijn daar geëxposeerde schilderij Nr. 142, 'Hollandsche Landschap'
  • Aanhaling(en): Christiaan Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd, Gebroeders Diederichs, Amsterdam, 1857, p. 1376
  • Dit citaat drukt de vroege, algemene erkenning van Roelofs als landschapschilder uit - eerst in België, iets later in Nederland
  • „Roelofs stopt emotie in zijn schilderijen, wat soms in die mistige, winderige landschappen van het noorden tot droefgeestigheid kan leiden. 'De oevers van het Gein'] worden halverwege onderbroken [in zijn tentoongestelde schilderij] en de melancholie zweeft in de grauwe nevel die van de akkers opstijgt, met blonde strepen doorploegd. In dit doek komt het zowel viriele als verfijnde talent van roelofs volledig tot uiting: de horizon baadt in de lucht, de diepten worden verlicht, ietwat doorzichtig, het water, helder en glanzend, is prachtig geschilderd en het riet langs de oevers steekt met het felle licht fraais af tegen het wazige groen van de bomen. In alles is de nabijheid van de zee te voelen en men kan zich aan dromerige overpeinzingen overgeven.”
  • Bron: Camille Lemonnier, in zijn recensie van de 'Salon van Brussel' in 1866
  • Aanhaling(en): Marjan van Heteren, Willem Roelofs 1822-1897 De Adem der natuur, ed. Marjan van Heteren & Robert-Jan te Rijdt; Thoth, Bussum, - ISBN 13 978 90 6868 4322, 2006, p. 32
  • Citaat laat goed blijken wat de schilderijen van Roelofs allemaal bij de toeschouwer weten op te roepen aan indrukken en gevoelens - in die jaren rondom 1866
  • „..de rijkdom van toon en diepte [kan] alleen worden verkregen, door het door en door te werken [..] De raad van Roelofs [zijn voormalige leraar] is bepaald dik schilderen, dat wil zeggen, goed in de verf en deze liefst gebruiken zonder olie of terpentijn [..] Ik hoop, dat gij het goed begrijpt, niet dik van kleuren want juist hij bereikt alleen dat waas en de kracht van kleur, door het herhaald overschilderen.”
  • „..dat ik bij den Hr. Roelofs ben geweest daags na 't ontvangen van Uw schrijven & die mij gezegd heeft dat zijn meening was dat van nu af aan bij mij hoofdzaak moest worden het teekenen naar de natuur, n.l. hetzij pleister of model, maar dat niet zonder leiding van den een of ander die 't goed verstaat [..] En hij & ook anderen raadden mij zoo ernstig aan althans voor een tijd hier of te Antwerpen of elders waar ik maar kon bepaald aan de teekenakademie te gaan werken..”
  • „Ik heb naast mij hangen een landschapstudie van Roelofs, een penschets, maar ik kan U niet zeggen hoe expressief die eenvoudige contour is. – Alles is er in. –”
  • „Des avonds zat altijd het geheel gezin op het atelier om de lamp [..] W. R. [= zijn vader] in zijn leuningstoel zijdelings tegen de tafel geplaatst de lamp aan zijne zijde geplaatst, lezende. Op het schilderkastje stond dan het theeservies met groote theepot op een lichtje. Er werd vroeg gegeten, om 5 uur. Ging hij 's avonds uit zoo ging hij veelal naar de Circle Artistique om couranten [kranten] te lezen. Of naar een koffiehuis om illustraties te bekijken. Spelen deed hij niet, behalve wat schaken of dammen.”
  • Bron: Willem Elisa Roelofs, brief c. 1910, aan H.F.W. Jeltes
  • Aanhaling(en): H.F.W. Jeltes, Willem Roelofs: bizonderheden betreffende zijn leven en zijn werk, met brieven en andere bijlagen, Van Kampen, Amsterdam, 1911, p. 73
  • Sfeerbeschrijving van het huiselijke leven van het gezin Roelofs, door zoon Roelofs aan H.F.W. Jeltes geschreven, die hem om informatie vroeg

Galerij van werken - chronologisch

This article is issued from Wikiquote. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.