Portret van Jacob Maris in 1857, geschilderd door Mathijs Maris

Jacob Maris (Den Haag, 25 augustus 1837 – Karlsbad, 7 augustus 1899) was een Nederlands impressionistisch kunstschilder van de Haagse School; hij was ook etser en lithograaf..

Citaten van Jacob Maris - chronologisch

  • „’t Is er verduiveld mooi en ik heb er direct een schilderij van op touw gezet [..] ’t is sombere poesie [poëzie], weinig kleur en erg gevariëerd van lijnen.”
  • Bron: Jacob Maris, brief uit Parijs, zomer 1868, aan broer Matthijs Maris, Den Haag
  • Aanhaling(en): Maite van Dijk, in Nederlanders in Parijs, 1789 – 1914, eindred. Aggie Langedijk, uitgeverij Thoth, 2017, p. 123; ISBN 978-90-6868-741-5
  • Tijdens de Parijse zomer verbleef Jacob Maris bij Montigny-sur-Loing en Marlotte, waar hij een schilderij van de vissersvrouwen aan de rivier schilderde. Vanaf 1868 begon kunsthandel Goupil langzaam maar zeker ook zijn landschappen te accepteren
  • „'t was mooi om te zien, maar er moet méér bevredigd worden, zal een werk duurzaam boeien. In elk geval moet het mij vrede geven, eer ik het uit handen geef.”
  • Bron: Théophile de Bock, Jacob Maris, Amsterdam, 1902, p. 42
  • Aanhaling(en): RKD, 'Negentiende-eeuwse Atelierpraktijk, Maris, Jacob, 1902'
  • De Bock benadrukte hier hoe streng Maris zijn eigen werk beoordeelde voordat hij het vrij gaf; hij bewonderde Maris enorm en schreef in 1900 een boek over hem, met 70 fotogravures van zijn werk
  • „Als ik het noodig acht de lange rechte daklijnen te verbreken, zet ik er een koepeldak op, vooral vooral waar de lucht of wolkenformatie zulk een steun vragen. Waarom zou ik mijn eigen steden niet mogen bouwen?”
  • Bron: Théophile de Bock, Jacob Maris 90 photogravures naar zijne werken en zijn portret naar M. van der Maarel, Scheltema & Holkema's boekhandel, Amsterdam:, 1900, p. 98
  • Aanhaling(en): Studio 2000, 'Jacob Maris', Studio 2000 magazine, maart 2017
  • Zo ontstonden vele 'Hollandse stad'-schilderijen, want Maris weigerde ze een titel te geven die een specifieke locatie of onderwerp zou aanduiden; hij mengde en mixte de Hollandse steden door elkaar
  • „Ik zie graag drukte in de havens, veel schepen en schuiten, de hurrie van sleeperskarren, sjouwerlui, stoomfluiten en kaden opgevuld met allerlei waren, dit geeft leven en beweging en ik heb dat noodig als ik Amsterdam of Rotterdam schilder.”
  • Bron: Théophile de Bock, Jacob Maris 90 photogravures naar zijne werken en zijn portret naar M. van der Maarel, Scheltema & Holkema's boekhandel, Amsterdam:, 1900, pp. 129-130
  • Aanhaling(en): Max Eisler, 'De collectie Drucker in het Rijksmuseum te Amsterdam', in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 23, 1913, p. 330
  • Jacob Maris bracht zijn jeugd door in het Westeinde in Den Haag, waar toen nog veel drukte was door de aanvoer van het omringende boerenland naar de stad
  • „De juiste verhoudingen van licht en donker, het nauwkeurig bepalen der omtrekken, het geacheveerde, dat alles is hoofdzaak en het publiek heeft gelijk dit van een schilderij te eischen; maar het mooie van kleur, toon, dat doen we voor elkaar.”
  • Bron: Grada Hermina Marius, Elsevier's geïllustreerd maandschrift, december 1891, p. 10
  • Aanhaling(en): Max Rooses Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw Deel 2, Elsevier 1898
  • Dit citaat benoemt mevr. Marius als 'een van de vele en beminnelijke gezegden van Jacob Maris'. Goede toon en kleur in het werk is dus volgens Jacob Maris iets wat kunstenaars vooral voor elkaar doen

Citaten over Jacob Maris

  • „Rembrandt, Millet en Jaap [Maris], ziedaar het artistieke klaverblad wat mijn heilige drieëenheid is. Deze foto is goddelijk. Eigenlijk ben ik tegenwoordig te ordinair gestemd om het sublieme van Jaap volop te kunnen genieten, maar het blijft – A thing of beauty is a joy forever.”
  • Bron: Jan Veth, brief Dordrecht, 26 december 1886, aan Etha Fles
  • Aanhaling(en): RKD, briefcitaat, in brievencollectie Jan Veth
  • Ondanks de financiële krapte kon Jan Veth zijn bewondering voor Maris aldus uitdrukken tijdens de Kerstdagen
  • „Parijs maakte Jacob Maris tot een landschapsschilder”
  • Bron: Max Eisler, Jacob Maris in Parijs, Amsterdam, 1913
  • Aanhaling(en): Maite van Dijk, in Nederlanders in Parijs, 1789 – 1914, eindred. Aggie Langedijk, uitgeverij Thoth, 2017, p. 111; ISBN 978-90-6868-741-5
  • de Barbizon-kunstenaars presenteerden zich met hun landschappen op de Parijse Salon van 1859 en in een aantal galeries. Zelf heeft Maris tot 1868 weinig landschappen geschilderd; daarna begon kunsthandel Goupil ook landschappen te accepteren, naast de populaire 'Italiennes'
  • „Nabij Bronovo was destijds een houten brug en verder tallooze moestuinen, gescheiden door slootjes, gezoomd met knotwilgen, waar tusschen de geestige, ouderwetsche "kippenbruggetjes" [..] schilderachtig afstaken. Deze uitgestrekte buurt, die bij de Spiegelstraat begon, was een rijke bron voor de Haagsche schilders, Jacob Maris heeft o.a. daar zijn "Moestuintjes" gemaakt, toen de oude Haagsche molens nog aan de horizon verrezen.”
  • Bron: Philip Zilcken, Herinneringen van een Hollandschen Schilder der negentiende Eeuw 1877-1927 (Vijftig jaren Kunstgeschiedenis), 's Gravenhage, 1928
  • Aanhaling(en): RKD, Den Haag, hele citaat in Archief, Philip Zilcken
  • Zilcken beschrijft het gebied waarin Maris zijn inspiratie vond voor het schilderij Slatuintjes bij Den Haag
This article is issued from Wikiquote. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.