project 'Drijvende plastieken', Zwijndrecht

Henk Peeters (Den Haag, 8 december 1925 – Hall (Gelderland), 13 april 2013) was een Nederlands beeldend kunstenaar. Hij maakte deel uit van de Nul-beweging..

Citaten van Henk Peeters

Citaten, chronologisch

  • „..van het afbeelden naar verbeelden, van de geest naar de stof. [..] Bij Mondriaan (1872-1944) is de ontwikkeling ten einde. Alle persoonlijkheid is [dan] uitgeschakeld.”
  • Bron: Henk Peeters, 'Kunst', in Maecenas, nr. 6, 1944, p. 3
  • Aanhaling(en): Piet Calis, Het ondergronds verwachten. Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945, 1989, p. 218
  • Peeters zag in de geschiedenis van de schilderkunst een ontwikkeling van geest naar de materie. Later zou de materie ook zijn materiaal worden tijdens de Nul-periode. Meacenas was een ondergronds Haags tijdschrift tijdens de Duitse bezetting
  • „Hier [bij Malevich ] zijn we op het overstapstation van schilderkunst naar architectuur, naar wetenschap. Nu beginnen wij te bouwen aan de nieuwe wereld, om in een grote gemeenschap onze Kultuur te beginnen. DE ONTWIKKELING IS TEN EINDE, DE KULTUUR BEGINT!”
  • „Uiteindelijk brengen woorden u geen stap dichter bij ons werk en stichten alleen maar verwarring.’”
  • Bron: Gust Gils, in zijn openingsrede tot de tentoonstelling van de 'Informele groep' te Breda, oktober 1959
  • Aanhaling(en): Piet Calis, Gard Sivik, jaargang 4, 1959-1960 vanaf p. 60
  • ..Gust Gils haalde in zijn openingswoord Henk Peeters aan en voegde er als conclusie aan toe: 'Zoveel is zeker: informele schilderkunst is geen vorm van kauzerie'
  • „[we willen] alle mogelijkheden op het gebied der elektrotechniek, die visuele mogelijkheden bieden, tonen.”
  • Bron: Henk Peeters, brief aan Edy de Wilde, oktober 1963
  • Aanhaling(en): Heleen Wartena, Nul = 0, of toch niet ?!, - master Kunstwetenschappen, Moderne en Hedendaagse Kunst, 2012, pp. 24-25
  • Zo stelde hij museumdirecteur de Wilde grote vonkenregens voor (ontstaan door inductoren), waar door hoogspanning vonken zouden overschieten tussen metalen bollen. Ook kwam Peeters met het voorstel van een waterfontein in het museum, doorkruist door een vuurstraal
  • „Ze lopen gierend en proestend door de zalen en maken alles kapot. De critici lopen ook gierend en proestend door de zalen en schrijven onbenullige stukjes.”
  • Bron: Henk Peeters, in interview in de Haagse Post, 8 mei 1965
  • Aanhaling(en): Karlijn Vlaardingerbroek NUL! - Over de hernieuwde belangstelling voor de Nederlandse Nulbeweging, - scriptie, theorie der Kunsten, december 2014, Academie Beeldende Vorming, Tilburg, p. 22
  • Henk Peeters was geïrriteerd over het publiek op de expositie 'Nul65' in het Stedelijk Museum te Amsterdam, april-juni 1965. Hij verweet de kunstcritici dat ze door hun negatieve recensies het publiek hadden 'geïnfecteerd'
  • „Er kwam een man, en die bracht een hele stapel tijdschriften mee, waaronder La Révolution Surréaliste, en die ruilde hij met mijn vader tegen sigaretten. [..] Ik was toen vooral filosofisch of politiek geïnteresseerd in die teksten van de surrealisten. In hun schilderkunst heb ik nooit wat gezien. Dat staat verre van mij. Maar de theorie van het surrealisme is natuurlijk een veel interessanter gegeven”
  • „De uitwerking van die ideeën [de ideeën van Paul Rodenko ] is in Cobra en bij de Vijftigers natuurlijk veel sterker geweest. Hij heeft wat dat betreft veel meer bij de Vijftigers behoord. Met de Vijftigers en met Cobra heb ik minder aansluiting gehad.”
  • Bron: Henk Peeters, interview, mei 1982
  • Aanhaling(en): Piet Calis, Het ondergronds verwachten. Schrijvers en tijdschriften tussen 1941 en 1945, 1989, p. 221
  • Peeters beschrijft hier de jaren circa 1944-47 en zijn stevige meningsverschillen met Rodenko, die de wetenschap tegenover de kunst plaatste; Peeters zag als hoogste doel van de moderne kunst om tot wetenschap te worden
  • „In 1965, na de laatste Nul-tentoonstelling, ben ik aanvankelijk samen met Armando radicaal gestopt met het maken van kunst [..] Blijkbaar had ik niets meer te melden. Ik ben eigenlijk aan nul ten gronde gegaan. [..] Ach, ik denk dat het ook komt omdat Nul voor mij veel meer was dan alleen kunst maken. Ik wilde echt de wereld veranderen.”
  • Bron: Henk Peeters, interview, mei 1982
  • Aanhaling(en): Kunstbus, 'Henk Peeters',
  • Enige tijd na zijn Nul-periode is Peeters weer kunst gaan maken. Daarnaast was hij docent aan de Arnhemse Kunstacademie
  • „Ik denk dat die reacties zo hevig waren [circa 1947-49] omdat men op dat moment nog bezig was Cobra te accepteren. [..] en toen kwamen wij met totaal het tegenovergestelde. Dat maakte de mensen razend. Er werd plat en grof op ons gescholden. Het publiek raakte vooral geïrriteerd door de manifesten van Armando. Ze vonden dat hij fascistische taal uitsloeg.”
  • Bron: Diana Stigter & Pietje Tegenbosch, Henk Peeters: lang leve nul, c. 1989
  • Aanhaling(en): Kunstbus, 'Jan Hendrikse'
  • De Cobra-kunstenaars werkten sterk vanuit hun emotie en spontaniteit; de kunstenaars van de Nul-beweging wezen dit af als bron voor de kunst
  • „Ik heb wel altijd gehoopt dat mijn kunst zou werken als een bom op de juiste plaats.”
  • Bron: Diana Stigter & Pietje Tegenbosch, Henk Peeters: lang leve nul, c. 1989, p. 256
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019, p. 43
  • Peeters wilde het systeem van de kunstwereld 'liquideren' en de de mechanismes van macht en bezit bestrijden met zijn kunst
  • „Pas als het zacht is vind ik het aangenaam. [..] Dat wegzweven vind ik heerlijk.”
  • Bron: Diana Stigter & Pietje Tegenbosch, Henk Peeters: lang leve nul, c. 1989, p. 260
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019, p. 43-44
  • Peeters hield zich met het maken van veren-objecten bezig, zowel twee- als drie-dimensionaal
  • „Het is verdomd lullig als je van huis uit gewend bent om tegen de stroom op te roeien en je krijgt ineens de wind mee. Alle mensen vonden het mooi en we kregen opeens van iedereen een handje.”
  • Bron: Diana Stigter & Pietje Tegenbosch, Henk Peeters: lang leve nul, c. 1989, p. 257
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019,
  • Het irriteerde Peeters dat na de felle kritiek op de Nul-groep rond 1962 het publiek en de kunstcritici in 1965 ineens de Nul-kunstenaars begonnen te prijzen en te loven
  • „Ik moet zeggen, dat ik nu liever de krant lees dan het Museumjournaal [een kunst-tijdschrift]. Toch wel. Het werkelijke leven is toch veel interessanter dan de kunst. Nul is daar mee begonnen. De conclusie is dan dat je er ook mee ophoudt. Misschien ben ik binnen Nul de meest consequente realist geweest. Dat voor mij kunst en leven uiteindelijk echt samenvielen. En dan vraag je je af: wat moet je dan nog maken? Dan is het er toch allemaal?”
  • „Als je iemand schopt, moet hij wel AU zeggen, anders weet je niet of het aankomt. Zo is het in de kunst ook.”

Citaten, ongedateerd

  • „Het begrip Zero komt uit het zoeken naar leegte, een stilte, waarin volgens de Zen filosofie het begin van de creativiteit ligt.”
  • Bron: Sherman de Jesus, in De Zero Revolutie. Henk Peeters. Memphis Film & Televisie. DVD. Nederland 2015, min. 8.32–8.52.
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019, pp. 9-10

Citaten over Henk Peeters

  • „Peeters sprak toen over 'een weer opnieuw beleven van realiteit waar men dagelijks mee leeft' [..] Dat blijkt wel als je nu een werk van Peeters bekijkt. De voorstelling betekent op het eerste gezicht zó weinig, dat hij, al doe je nog zo je best, al uit je geheugen dreigt weg te glippen vóór dat je hem goed en wel hebt gezien. Dat geeft Peeters werk een eigenaardige spanning.”
  • Bron: K. Schippers, tekst over Henk Peeters bij een tentoonstelling in galerie Collection d'Art, 1974
  • Aanhaling(en): Kunstbus, 'Henk Peeters', 19 januari 2016
  • Peeters gebruikte graag dagelijkse materialen zoals plastics, veren, koeienhuiden die heel vanzelfsprekend zijn voor iedereen
  • „Haren en watten komen uit een latere periode van de geschiedenis. En materialen als plastic en kunstgras maken nog niet eens zo lang deel uit van onze omgeving. Peeters heeft meestal niet veel meer gedaan dan het tonen van zijn keuze. Het water werd verpakt, het licht kreeg kans op een reflectie [..] Watten verdwenen - maar bleven goed zichtbaar - achter nylon, haren maakten soms deel uit van een paardestaart en het kunstgras werd over een stuk board gespannen. Peeters is wel eens gekarakteriseerd als de minst opvallende van de Nul-groep.”
  • Bron: K. Schippers, tekst over Henk Peeters bij een tentoonstelling in galerie Collection d'Art, 1974
  • Aanhaling(en): website Henk Peeters, 'Biografie'
  • Schippers geeft in volgorde een uitgebreide opsomming van de doorsnee-materialen waarmee Peeters graag werkte
This article is issued from Wikiquote. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.